Test je beeld: een stappenplan

Beeld: het kan een icoon zijn, een foto of een illustratie. Een beeld kan je tekst verduidelijken. Of soms gebruik je alleen beeld om je boodschap over te brengen. Een beeld is vaak onderdeel van een communicatiemiddel. Bijvoorbeeld van een flyer, een brief of een webpagina.

Maar hoe weet je of het beeld wordt begrepen? Test je beeld. In dit stappenplan lees je hoe je dit aanpakt.

In dit stappenplan gebruiken we de zogenaamde ‘Terugvraagmethode’. Dit is een interviewtechniek waarbij je een respondent vraagt te omschrijven wat diegene ziet. Zo hoor je of je doelgroep jouw boodschap heeft begrepen. Vaak gebruik je naast beeld ook tekst. Je kunt de terugvraagmethode ook gebruiken voor video.

Het stappenplan zelf bestaat uit 3 stappen:

  1. Bereid je voor
  2. Voer de test uit
  3. Verwerk de feedback

Stap 1: Bereid je voor

Bepaal je doelen

Je gebruikt beeld met een doel. Beeld kan aandacht trekken, informatie verduidelijken of laat in 1 oogopslag zien wat je bedoelt.

Wat wil je dat de kijker na het zien van je beeld weet of gaat doen?

Beschrijf je doel(en) en doe dit zo specifiek mogelijk. Bijvoorbeeld:

  • In de wijk zijn er 3 soorten afvalbakken. Mensen weten welk type afval in welke bak hoort. Over 4 maanden is scheiden van afval met 25% verbeterd.
  • Vanwege werkzaamheden is een straat voor een bepaalde periode afgezet. Bewoners kunnen niet parkeren in de straat. De bewoners worden geïnformeerd over omleidingsroutes en weten waar ze kunnen parkeren.

Bepaal je doelgroep

Vóór het maken van je communicatiemiddel, bijvoorbeeld een brochure, bedenk je al wie je wilt bereiken. En dus ook de beelden die je in de brochure gebruikt. Wie is de doelgroep, of wie zijn de doelgroepen? Als je communicatiemiddel bedoeld is voor ‘algemeen publiek’, probeer dan toch ‘de beoogde doelgroep’ te beschrijven.

Bijvoorbeeld:

  • Specifiek: mensen die afval scheiden in een bepaalde wijk.
  • Specifiek: mensen die wonen aan de straat die tijdelijk wordt afgesloten voor werkzaamheden.
  • Algemeen publiek: mensen die gebruik maken van de straat die tijdelijk wordt afgesloten voor werkzaamheden.

Stel een team samen

Stel een ‘team’ van collega’s samen. Het is prettig om de test samen uit te voeren. 1 iemand stelt de vragen en vraagt door, de andere persoon is notulist. De notulist maakt aantekeningen en observeert. Kijk bijvoorbeeld hoe de respondent reageert op het zien van het beeld. Ervaar beiden, tijdens het testen, wat wel of niet werkt.

Je kunt ook andere collega’s betrekken bij het voorbereiden of het verwerken van de feedback. Op deze manier werk je samen aan verbeteringen en zorg je voor gedeelde verantwoordelijkheid. Welke collega’s kun je het best betrekken? Dat zijn de collega’s die betrokken zijn geweest bij het communicatiemateriaal.

Stel onderzoeksvragen op

Op basis van je doelen maak je een lijst met onderzoeksvragen. Je wilt namelijk weten en onderzoeken, of jouw beeld helpt bij het bereiken van jouw doelen. Die lijst maak je op basis van de geformuleerde doelen.

Bijvoorbeeld:

  • Weet de doelgroep welk type afval in welke afvalbak hoort?
  • Weet de doelgroep hoe zij hun afval kunnen sorteren?
  • Weet de doelgroep welke straat wordt afgesloten?
  • Weet de doelgroep welke straten wel bereikbaar zijn?

Maak een lijst met vragen voor tijdens de test

Op basis van de onderzoeksvragen stel je een vragenlijst op. Dit zijn vragen die je stelt aan jouw respondenten.

Je start met de terugvraagmethode. Je laat eerst alleen het beeld zien, je dekt de tekst af. Zo ontdek je wat respondenten in het beeld herkennen en hoe zij het interpreteren.

Daarna laat je het hele communicatiemiddel zien (beeld én tekst). Zo kun je nagaan of de boodschap goed wordt begrepen.

Voorbeelden:

  • Ik wil graag weten of dit beeld duidelijk is. Kun je in je eigen woorden omschrijven wat je ziet?  
  • Kun je omschrijven wat je na het zien van dit beeld gaat doen?  

Probeer sturende en gesloten vragen te voorkomen, maar ga een gesprek aan. Een vraag zoals ‘is dit duidelijk?’ is een sturende en gesloten vraag.

Als je gaat testen met de terugvraagmethode, ga je ontdekken of mensen je afbeelding begrijpen. Maar het is ook goed om nieuwsgierig te zijn naar wat mensen ervan vinden. Daarvoor kun je een kort interview doen. Je stopt met het afdekken van de tekst. Je laat nu het hele communicatiemiddel laten zien, inclusief de tekst.

Voorbeeldvragen:

  • Wat vind je van de combinatie van beeld en tekst?
  • Toen je dit communicatiemiddel/deze brochure/flyer zag, waarover dacht je dat die zou gaan?

Let daarbij op de volgende punten:

  • Stel je vragen neutraal: “Wat vind je van…”
  • Stel duidelijke vragen. Gebruik actieve zinnen, duidelijke woorden en zo min mogelijk bijzinnen.
  • Vraag door waar nodig. Hiermee check je of je de ander goed hebt begrepen en verduidelijk je de antwoorden.
  • Je kunt een vraag zo introduceren dat het sociaal onwenselijke antwoord net zo gewoon of geaccepteerd is als een sociaal wenselijk antwoord. Bijvoorbeeld: “Het komt bij het lezen van een folder nogal eens voor dat de aandacht bij de lezer verslapt. Is er een moment geweest waarop dat bij jou gebeurde?”
  • Maak de vragenlijst niet te lang. Stel prioriteiten en stel alleen de meest relevante vragen. Je spreekt de potentiële respondenten spontaan aan, verwacht daarom dat zij weinig tijd hebben.

Bepaal je locatie en testdatum

Denk na over de plek waar jouw doelgroep zich bevindt. Waar vind je jouw respondenten? Op de markt op dinsdagochtend? Bij middelbare scholen? Zorg dat je een locatie kiest waar je personen vindt die de doelgroep vertegenwoordigen. Weet je dat niet goed? Schakel dan de hulp in van lokale verenigingen. Jongerenwerkers weten bijvoorbeeld goed waar de jongerendoelgroep zich bevindt. Als je een geschikte locatie hebt gekozen, check je of je dit moet afstemmen met de locatie. Leg de datum om te testen vast.

Bereid een introductietekst voor

Hoe spreek je iemand aan? Wat zeg je precies? Bereid een introductietekst voor, zoals:

“Goedendag/Hoi. Ik werk bij organisatie x. We hebben dit communicatiemateriaal/deze brochure/flyer ontwikkeld en willen dit graag verbeteren. Ik ben benieuwd wat je ervan vindt. Wil je mij hierbij helpen? Het duurt enkele minuten.”

Bereid een tekst voor die uitleg geeft over de test

Hieronder een suggestie:

“Ik wil graag van je weten wat je van dit communicatiemateriaal vindt. Daarbij kun je mij helpen.

Ik ga je zo eerst alleen de afbeelding laten zien. En je daarna enkele vragen stellen.
Daarna laat ik je alles zien. En stel ik je nog enkele vragen.”

Denk na over wat je meeneemt naar de test

Bereid de testdag goed voor. Denk vóór de test na over wat je op de testdag zelf nodig hebt.

  • Zorg dat je tijdens de test eerst alle tekst kunt afdekken. Bijvoorbeeld met een papier of toon de afbeelding die je wilt testen eerst lost.
    • Digitaal? Zorg voor opgeladen mobiele apparaten en neem voor de zekerheid een oplader of powerbank mee.
    • Op papier? Zorg voor voldoende printjes van de tekst die je wilt testen. En printjes voor de collega’s die gaan testen met de introductie- en de uitlegtekst en van je vragenlijsten.
  • Wil je de test graag digitaal afnemen of doe je dit liever op papier?
  • Digitaal? Zorg voor opgeladen mobiele apparaten en neem voor de zekerheid een oplader of powerbank mee.
  • Op papier? Zorg voor voldoende printjes van de tekst die je wilt testen, van de introductie- en de uitlegtekst en van je vragenlijsten.
  • Iets wat bijdraagt aan je herkenbaarheid. Zorg dat mensen kunnen zien voor welke organisatie je werkt. Denk aan een werkpasje en/of vragenlijsten en kleding met het logo van jouw organisatie.
  • Een bedankje: dit is niet verplicht, maar je kunt denken aan het aanbieden van een kopje koffie/thee, een stuk fruit of een lokale lekkernij. En je kunt bijvoorbeeld de pen meegeven die is gebruikt tijdens de test.
  • Spreek af met je team wie wat meeneemt of regelt.

Communiceer in je organisatie dat je gaat testen

Het is handig om andere collega’s te laten weten dat je gaat testen. In het bijzonder collega’s bij het klantcontactcentrum, zodat zij eventuele vragen kunnen beantwoorden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand belt om te controleren dat er getest wordt door jouw organisatie. Laat het klantcontactcentrum weten waar en wanneer je aan het testen bent. Eventueel kun je het betreffende communicatiemiddel aan hen toesturen.

Stap 2: Voer de test uit

Test bij 5 tot 10 mensen uit je doelgroep. Dit is een richtlijn waarmee je de belangrijkste tekortkomingen in een beeld ontdekt.

Ga gezamenlijk van start

Neem alles wat je in de voorbereiding in stap 1 hebt bedacht mee naar de locatie. Als je met meerdere mensen gaat testen, zorg dan dat alles klaarligt en er een planning is. Een gezamenlijk startmoment inspireert; leg daarin uit wat de bedoeling is.

Spreek een persoon binnen je doelgroep aan

Stap op iemand af en gebruik de introductietekst die je in stap 1 hebt gemaakt. Dit kan in het begin best spannend zijn. Je introductietekst helpt je om mensen vriendelijk aan te spreken.

Wil iemand niet meedoen? Geen probleem, wens degene die je hebt aangesproken een fijne dag en vraag de volgende persoon om mee te helpen met de test.

Is het antwoord ja? Let dan op de volgende zaken voordat je de test start:

  • Stel jezelf voor en zorg voor een prettige sfeer waarin de respondent zich op zijn gemak voelt en daardoor eerder geneigd is open en eerlijk te antwoorden. Geef bijvoorbeeld aan dat er geen foute antwoorden zijn. Alle antwoorden zijn waardevol. En leg uit dat je tijdens de test de respondent niet gaat helpen, maar dat je achteraf alle vragen beantwoordt die de respondent heeft.
  • Vertel wat jouw rol is. Als je niet de maker bent, zeg dat dan vooral. Als respondenten denken dat jij de maker bent, krijg je misschien voorzichtige reacties. Ben je wel de maker van het communicatiemiddel? Of was je betrokken bij de ontwikkeling van het materiaal? Vertel dat jouw organisatie dit communicatiemiddel wil gebruiken en dat jij gevraagd bent om te onderzoeken of de afbeelding duidelijk is.
  • Vertel dat het afnemen van de test volledig anoniem gebeurt en dat de informatie alleen wordt gebruikt voor het verbeteren van het communicatiemiddel.
  • Ga er niet van uit dat iedereen kan lezen. Vraag of degene die je aanspreekt hulp nodig heeft, bijvoorbeeld door de tekst, na het zien van de afbeelding, voor te lezen.

Start de test met een uitleg

Geef de respondent een uitleg. Gebruik de uitlegtekst zoals je hebt voorbereid in stap 1.

Laat de respondent de afbeelding zien

Dek de tekst af en laat de respondent alleen de afbeelding zien. Pas de terugvraagmethode toe. Vraag of de respondent in diens eigen woorden kan omschrijven wat die ziet. Observeer, leg niet uit wat er met de afbeelding wordt bedoeld.

Vervolgens laat je het hele communicatiemiddel zien. Misschien geeft dit een andere indruk voor de respondent. Je kunt de respondent nu vragen de tekst hardop voor te lezen. Dan hoor je snel of een woord of zin makkelijk of moeilijk leesbaar is. Stel de vragen die je hebt voorbereid in stap 1.

Sta open voor de antwoorden en wees onderzoekend. Als een antwoord niet duidelijk is voor jou, stel vragen om de antwoorden te verduidelijken.

Het kan zijn dat het vraaggesprek anders verloopt dan gepland. Bijvoorbeeld dat je vragen in een andere volgorde stelt. Dat is niet erg, zolang de antwoorden op de vragen komen.

Bedank de respondent

Bedank de respondent voor de tijd en het beantwoorden van de vragen. Je kunt de respondent iets kleins aanbieden (zie stap 1) als dank voor het helpen met testen. 

Als respondenten benieuwd zijn naar de uitkomst van de test, kun je vragen om hun contactgegevens. Zeg daarbij dat hun reacties nog steeds anoniem worden verwerkt. 

Sluit gezamenlijk af

Als alle tests zijn uitgevoerd, is het nuttig om met het hele testteam de eerste bevindingen te delen. Wat was de meest opvallende feedback? Hoe vond je het om mensen aan te spreken, ging dat goed, hoe reageerden mensen? Heb je nog bijzondere bevindingen die je graag met je team deelt?

Stap 3: Verwerk de feedback

Goed gedaan, je hebt getest! Nu is het tijd om de feedback te verwerken. Om vervolgens tot conclusies te komen over de sterke en zwakke kanten van je afbeelding of communicatiemiddel.

Bespreek en verwerk de feedback van de test

Er bestaan geen harde richtlijnen over hoe je de feedback moet wegen. En je hoeft ook niet alles over te nemen wat mensen gezegd hebben. Eigen inzicht is nodig. Als je in een team werkt, hoef je niet alles alleen te verwerken en te bepalen. Haal de doelen die je tijdens de voorbereiding hebt geformuleerd erbij: wat zegt de feedback over de kansen om deze doelen te bereiken?

Schrijf een verslag

Een verslag hoeft niet uitgebreid te zijn. Een beknopt overzicht van aanpak, bevindingen en conclusies is voldoende. Dit helpt je om inzichten te delen met collega’s. En het helpt om inzichten vanuit je doelgroep te delen met je opdrachtgever. Hiermee kun je laten zien dat het belangrijk is om je doelgroep vaker te betrekken.

Dit zet je in het verslag:

  • Het doel van je onderzoek.
  • Samenvatting van de resultaten:
  • Overige opvallende observaties.
  • Een actielijst, met verbeterpunten en wie deze verbeterpunten gaat uitvoeren.
  • Zijn er verbeterpunten die je bewust niet oppakt? Deel ook waarom niet.

Pas je communicatiemiddel aan

Met de reacties die je hebt gekregen van de respondenten en de verbeteracties die je hebt opgesteld, pas je je communicatiemiddel aan (of je laat deze aanpassen). Je kunt nog een keer testen om te checken hoe je doelgroep de aangepaste versie ervaart.

Geef terugkoppeling aan de respondenten

Waren er respondenten benieuwd naar het vernieuwde beeld na afloop van het testen en heb je hun mailadressen? Dan kun je het aangepaste communicatiemiddel toesturen. Deel je eindresultaat ook met Toolkit Taal, zodat andere overheidsorganisaties er ook gebruik van kunnen maken.

Meet het effect

Het testen van je communicatiemateriaal is belangrijk. En het is belangrijk om te meten wat het effect van je aanpassingen is. Je had namelijk een doel met je communicatiemateriaal. Zoals: mensen weten welk type afval in welke bak hoort. Welke en hoeveel vragen of klachten komen er binnen over afval via het klantcontactcentrum? Wat zien de mensen van de afvalverwerking? Is er na 4 maanden verandering te zien in het scheiden van afval?

Evalueer het testtraject

Hoe kijk je terug op het hele testtraject? Wat ging goed? Wat zou je een volgende keer anders doen? Wat kun je hergebruiken uit de voorbereiding voor een volgende keer? Noteer voor jezelf en je mede-testers de belangrijkste conclusies.

Terug naar het begin van de pagina

Over dit stappenplan

Er zijn verschillende manieren om te testen. We vroegen binnen het netwerk van Gebruiker Centraal wat helpt om vaker te testen. Daar kwam uit: een overzichtelijk stappenplan.

Eerst maakten we het stappenplan Test je Tekst. Voor het maken van dit stappenplan is dankbaar gebruik gemaakt van openbare bronnen. Onder andere de informatie over gebruikerstesten op vlaanderen.be en pharos.nl.